In 2023 is het Interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) ouderenzorg 'Niets doen is geen optie' uitgebracht. In dit document staat de toekomst van de ouderenzorg beschreven. Het aantal ouderen en kwetsbare ouderen in Nederland neemt de komende 2 decennia sterk toe. Dit leidt tot een enorme toename in de behoefte aan ouderenzorg. Dit heeft grote gevolgen voor onze samenleving en vraagt om ingrijpende keuzes.
Ook het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnskoord (AZWA) benadrukt dit: we gaan niet naar méér zorg, maar naar minder. Het is een kentering die zich op vele fronten in de samenleving voordoet en waaraan ook de zorg niet ontkomt: we moeten leren omgaan met schaarste. Het "weg organiseren" van zorg in collectieve regelingen behoort tot het verleden. We stevenen op een tijd af waarin we met minder financiële middelen en met minder handen aan het bed, de ondersteuning moeten organiseren. Dit brengt een beweging van meer collectieve voorzieningen met zich mee. In plaats van individueel aanbod en een beweging waarbij we steeds meer zelf aan zet zijn: als ouderen, als familie, als kinderen van, als mantelzorgers, als samenleving. De klassieke zorgreflex waarin het aanbod centraal staat (‘zo doen wij dat’), zal moeten plaatsmaken voor een beweging waarbij formele zorg samenvloeit met informele zorg en waarbij niet zozeer "zorg" leidend is, maar de vraag áchter de zorgvraag: waarmee bent u geholpen in uw leven? Deze vraag zal gelden voor alle kwetsbare groepen, denk daarbij naast ouderen ook aan inwoners met psychische kwetsbaarheden.
De transitie van een medisch naar een welzijnsmodel vraagt om een fundamenteel andere kijk op ouder worden, op wonen, op zorg, op technologie, en vooral op samenwerking. Binnen het stelsel, binnen zorginstellingen maar óók bij zorgmedewerkers, zal meer (experimenteer) ruimte moeten komen voor ‘hulp van buiten’. Onder andere van zorgzame gemeenschappen. Ook wij zullen moeten inspelen op die keuzes en gevolgen daarvan. Eén van de opgaven is om onze inwoners in deze veranderingen mee te nemen en daarop te laten voorbereiden.
Eind 2025 is het landelijke onderzoekrapport over de houdbaarheid van de Wmo verschenen. Op basis van de verschillende onderzoeken krijgen gemeenten en het rijk een gezamenlijk beeld van de opgave in de Wmo 2015. Daardoor kunnen zij samen proactief sturen op de fundamentele vraagstukken voor de lange termijn. Het nieuwe kabinet zal in overleg met de VNG moeten besluiten welke beleidskeuzes nodig zijn om tot een houdbare en toekomstbestendige Wmo te komen.
Goede bereikbaarheid van voorzieningen blijft een aandachtspunt in onze gemeente. Door de relatief grote afstanden tussen kernen en het openbaar vervoer dat onder druk staat, blijft de vraag naar geïndiceerd vervoer groot. Door de vergrijzing en de krapte in de arbeidsmarkt voor chauffeurs blijft het een grote uitdaging om mensen met een indicatie op plaats van bestemming te krijgen.
Op 1 augustus 2027 zal het nieuwe vervoerscontract ingaan. Op het moment van schrijven van deze tekst is de aanbesteding Publiek Vervoer Groningen Drenthe nog gaande. De bedoeling van het nieuwe contract is dat alle geïndiceerde vervoer in één contract wordt opgenomen. Dit geldt dan voor Wmo vervoer, dagbestedingsvervoer, leerlingenvervoer, Participatiewet vervoer en jeugdwetvervoer. Door alle vervoersstromen onder te brengen in één overeenkomst heeft de vervoerder de mogelijkheid ritten efficiënt te combineren waar dat kan. Op deze manier willen wij het geïndiceerde vervoer in stand houden voor de inwoners die dat nodig hebben.
Met betrekking tot Beschermd Wonen wordt er in de begroting vanuit het programma Beschermd Wonen & Opvang uitgegaan van een lichte stijging van het aantal cliënten die een aanvraag zal doen voor Beschermd Wonen. In combinatie met een afname (geen indexatie) van de uitkering vanuit het Rijk staan we als gemeenten voor de uitdaging hoe we in balans blijven met betrekking tot de uitgaven voor Beschermd Wonen. Gezamenlijk met de andere gemeenten blijven we samenwerken om de transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis zo goed mogelijk vorm te geven en te kijken naar verdere mogelijke maatregelen. Voor Maatschappelijke Opvang geldt ook dat deze voorzieningen overvol zitten, voornamelijk vanwege de aanhoudende huisvestingsproblematiek. Samen met het programma Beschermd Wonen & Opvang wordt gekeken naar mogelijkheden om te sturen om beide vormen van ondersteuning betaalbaar te houden en beschikbaar te houden voor mensen die dit echt nodig hebben.
In 2027 wordt ook een contracteringsprocedure doorlopen voor de reguliere Wmo en Beschermd Wonen.
Tenslotte is er een relatie met het programma wonen. Vanuit de woonopgave is er een koppeling met het welzijnswerk en de inzet van zorg. In 2026 is de woonzorgvisie vastgesteld en daar moet nog een uitvoeringsprogramma voor worden geschreven.
| Wat willen we bereiken? | Wat gaan we daarvoor doen? |
|---|---|
|
Domein overstijgende zorg en het versterken van de ketensamenwerking tussen medisch en sociaal domein en informele initiatieven (sociale basis). |
De gemeente heeft een faciliterende en inhoudelijke rol in de ketensamenwerkingen in de medische eerste lijn en sociale eerstelijn. De gemeente geeft uitvoering aan de afspraken die voortvloeien uit het AZWA, IZA, HLO (Hoofdlijnenakkoord voor de ouderenzorg). Verder wordt er verwezen naar hoofdstuk 1 met betrekking tot implementatie van AVE-methodiek. |