Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarrekening 2025 Jaarrekening 2025

Thema 3: circulaire grondstoffen

Sinds de harmonisatie van het grondstoffenbeleid in 2023 wordt de gemeentelijk afvalinzameling uitgevoerd op basis van het 'Harmonisatie grondstoffenbeleid 2023-2027'. Naast de harmonisatie heeft dit beleid als doel de hoeveelheid restafval te verminderen om de VANG-doelstelling (Van Afval Naar Grondstof) te behalen.

Tot en met 2020 had VANG Huishoudelijk Afval als streefdoel: de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terugbrengen tot onder de 100 kilo en 75% afscheiding realiseren. Op die doelstelling is ook de strategische visie van het beleidsplan gebaseerd.

Nieuwe VANG recycledoelstelling

Helaas blijkt niet al het gescheiden afval geschikt voor recycling en wordt een deel van het gescheiden afval alsnog verbrand. Ook raken deelstromen soms vervuild waardoor recycling niet meer mogelijk is en zitten er materialen in het restafval die nog niet of niet volledig recyclebaar zijn.

Hierdoor is de echte hoeveelheid restafval groter dan wat overblijft na afvalscheiding.

Daarom gaan we voortaan meer sturen op het percentage gerecycled materiaal. Gebaseerd op de Europese norm is het nieuwe doel om in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen.

We zullen ons afval dus nog beter moeten scheiden en zorgen voor schonere afvalstromen. De 100 kilo restafval per inwoner laten we echter niet los. We willen nog steeds zo veel mogelijk waardevolle materialen uit het restafval halen om te voorkomen dat ze worden verbrand. Maar het accent ligt nu op het percentage gerecycled materiaal.

Scheidingsresultaten Eemsdelta

In de tussenevaluatie van 2024 is inzichtelijk gemaakt dat door de invoering van Diftar de aangeboden hoeveelheid afval flink omlaag is gegaan. Het scheiden van afval is ook aanzienlijk verbeterd. In 2023 is de hoeveelheid restafval per inwoner in Eemsdelta met 22,5% gedaald. Van 160 kilo per inwoner in 2022 naar 124 kilo in 2023. Het scheidingspercentage voor alle afvalstromen samen is hierdoor in 2023 met 4% gestegen naar 77%.

In 2024 is de hoeveelheid restafval per inwoner echter iets gestegen van 124 kilo naar 128 kilo. Het scheidingspercentage is gelijk gebleven en is 77%. Gemiddeld is er per inwoner 2 kilo meer grof huishoudelijk afval ingezameld aan huis en is er 2 kilo meer grof huishoudelijk afval bij de milieustraten aangeboden. Die stijging valt voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de verhuisbewegingen die als gevolg van sloop- en nieuwbouw en de versterking hebben plaatsgevonden.

Evaluatie beleid

Nu de eerste resultaten van het geharmoniseerde beleid zichtbaar worden en er een goed beeld van de inzameling en verwerking van de verschillende afvalstromen is ontstaan, is het beleid in 2025 geëvalueerd. Daarbij streven we naar een evenwichtige balans in kosten, milieu en service.

De evaluatie geeft geen aanleiding om het beleid uit 2023 te wijzigen. De basis is op orde en er worden goede stappen gezet in het realiseren van de VANG doelstelling.

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen?

Optimaliseren inzameling voor balans in kosten, milieu en service;

Betere scheiding van restafval;

Verbeteren van de kwaliteit van de deelstromen;

Anticiperen op trends en ontwikkelingen, bijvoorbeeld de Uitgebreide product Verantwoordelijkheid (UPV) van producenten.

Invulling geven aan het beleidsplan Harmonisatie grondstoffenbeleid 2023–2027.



Wat hebben we bereikt?

Er is verder invulling gegeven aan de uitvoering van het beleidsplan en optimalisatie van de afvalinzameling. Zo zijn er voorbereidingen getroffen om vanaf 1 januari 2026 Diftar mogelijk te maken bij hoogbouw en bij (ondergrondse) verzamelvoorzieningen in centrumgebieden. Er zijn extra ondergrondse containers geplaatst en bestaande ondergrondse en bovengrondse containers zijn aangepast met een toegangscontrole. Daarmee is bij ruim 3.700 adressen Diftar ingevoerd.

In vervolg op de tussenevaluatie in 2024 is de invoering van Diftar in 2025 geëvalueerd. Daarbij zijn de beleidsdoelstellingen, de beleidsonderdelen en scheidingsresultaten geëvalueerd. De evaluatie geeft geen directe aanleiding om het beleid te wijzigen. Er zijn echter wel een aantal aanbevelingen opgenomen die bijdragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen en het verbeteren van de balans tussen service, milieu en kosten. Hier gaan we in 2026 mee verder.